Belichtingsdriehoek sluitertijd ©Gerard Oonk Fotoschool Keistad

Belichtingsdriehoek: diafragma, sluitertijd en ISO

ISO, diafragma en sluitertijd

Dit ons ons tweede artikel over de samenhang tussen diafragma, sluitertijd en ISO-waarden. Als je googelt op het woord ‘belichtingsdriehoek’, of op de Engelse variant ‘exposure triangle’, dan vind je miljoenen artikelen. Het is dus een veel besproken onderwerp. Daar doen we nog een schepje bovenop 😉

Je zult al snel zien dat ieder verhaal begint met de uitleg dat de belichtingsdriehoek een combinatie is van diafragma (de letter A* op je camera van het Engelse Aperture), sluitertijd (S* van Shutter) en iso-waarde. Kortom: de drie belangrijkste instellingen op je camera om een perfect belichte foto te maken.
*Canon gebruikt de afkortingen Av en Tv voor diafragma en sluitertijd.

Eerst nog even een heel korte samenvatting van het verhaal uit de vorige nieuwsbrief.

Eva Banning stuurde ons een foto met extreem weinig scherptediepte. Alleen de stamper en meeldraden van de tulp zijn scherp…
ISO 50 | 1/200 | f/2.8 | 50mm

Donna Rutten maakte deze foto met een lange sluitertijd.
ISO 100 | 1/10 | f/22 |18mm

De samenhang van de belichtingsdriehoek

In de nieuwsbrief van vorige maand hebben we laten zien dat je de camera ook bewust kunt manipuleren en de instellingen kunt ‘misbruiken’ om een persoonlijk tintje aan je foto toe te voegen.

Deze keer leggen we uit welke samenhang er is tussen diafragma, sluitertijd en ISO-waarden. De belichtingsdriehoek heet namelijk niet voor niks zo.

Je zou een vergelijking kunnen maken met een weegschaal waaraan drie draagarmen zitten. Als je aan één kant het gewicht iets verandert, dan zul je iets moeten doen bij de andere dragers om weer evenwicht te krijgen. Zo is het ook met de belichtingsdriehoek. Je kunt op honderden manieren een perfect belichte foto maken door steeds iets te veranderen aan de instellingen van diafragma, sluitertijd en ISO.

Stops

Om de samenhang van de belichtingsdriehoek duidelijk te maken, moet je eerst iets weten over een ‘lichtstop’. In de fotografie verwijst een ‘stop’ naar de verdubbeling (of de halvering) van de hoeveelheid licht die binnen wordt gelaten.

Als je de sluitertijd één stop sneller maakt, komt er dus maar de helft van het licht op je sensor. Draaien aan het knopje van de sluitertijd betekent dus dat je ook iets moet doen aan het diafragma of de ISO, anders krijg je een onder- of overbelichte foto.

Exposure

Iedere foto die we maken vereist een nauwkeurige hoeveelheid licht om de juiste ‘exposure’ te krijgen. Gelukkig zoekt je camera keurig alle juiste waarden bij elkaar. Zelfs als je hebt gekozen voor volledig handmatige bediening kun je in de zoeker of op je display nog steeds zien of je onder- of overbelicht. Je kunt zelfs zien aan het aantal streepjes hoeveel stops je bent verwijderd van een neutrale belichting.

Dit is een ingewikkeld verhaal. Het wordt nog een beetje lastiger omdat fabrikanten niet alleen de hele stops in hun fototoestellen gebruiken, maar ook halve en derden. We hebben hieronder drie tekeningen gezet van de officiële, hele stops op een camera. Je kunt de rijtjes naar links en naar recht uitbreiden, want we hebben niet alle mogelijkheden getekend.

De diafragmastops

Bij f/16 is de lensopening heel klein en er komt dus weinig licht binnen. Je kunt de hoeveelheid licht verdubbelen door naar f/11 te switchen, enzovoort. Hoe kleiner het getal, hoe meer licht, maar hoe minder de scherptediepte. Volg je het nog?

De sluitertijdstops

Ook in het balkje met de sluitertijden komt er aan de linkerkant (1/1000 seconde) het minste licht binnen. De hoeveelheid wordt verdubbeld als je naar 1/500 gaat. Net als bij het diafragma gebruiken leveranciers van fototoestellen ook tussenliggende waarden, zoals 1/80 of 1/160 seconde. In ons grafiekje zie je uitsluitend de hele stops.

De ISO-stops

Op dit moment is er een wedstrijdje aan de gang tussen fabrikanten om camera’s met steeds hogere ISO-waarden te leveren. De lichtgevoeligheid van de sensor neemt de laatste jaren met enorme sprongen toe. In ons schema beginnen we aan de linkerkant met de meestgebruikte ISO-waarde (100). Daarna verdubbelt bij iedere stop de toevoer van licht. Houd er rekening mee dat ook de ruis in je foto’s steeds verder toeneemt.

Spelen met grafiekjes

Nu kun je gaan spelen met de waarden van de belichtingsdriehoek. Stel dat je camera aangeeft dat de foto goed belicht wordt met een diafragma van f/5.6, een sluitertijd van 1/125 seconden en een ISO van 800. Je wilt de ISO het liefst drie stops terugbrengen naar ISO 100 en de scherptediepte moet gelijk blijven. Welke oplossing kun je verzinnen?

Conclusie

Het is een lastig verhaal. Maar…: als je de belichtingsdriehoek onder de knie hebt, dan ben je behoorlijk op weg een goede fotograaf te worden. We hopen dus dat het een beetje duidelijk was. En anders leggen we het je graag mondeling uit (met praktijkoefeningen) tijdens één van de cursussen bij Fotoschool Keistad.

We wensen je veel fotografieplezier!