winterlandschappen fotoschool keistad ©gofoto

Vijf tips voor betere belichting

Je camera is een kleine computer. Er zit slimme software in die veel voor je uitrekent. Als je bijvoorbeeld werkt in de diafragmastand (‘Av’ bij Canon, ‘A’ bij Nikon en Sony), dan zorgt je toestel zelf voor een bijpassende sluitertijd en iso-waarde. Dat is hartstikke fijn, maar er gaat ook wel eens iets mis met al die automatische berekeningen. Je moet dan handmatig ingrijpen. We geven je een paar tips voor het aanpassen van de belichting.

Blauwe sneeuw

Je hebt het misschien wel eens bij de hand gehad: je fotografeert een prachtig sneeuwlandschap en als je thuis de resultaten op je computer bekijkt, dan is de hagelwitte sneeuw plotseling lichtgrijs geworden, of er hangt een blauwe waas overheen. Misschien heb je ook wel eens een portret gemaakt van iemand met een donkere huidskleur. De kans is dan groot dat de camera het gezicht veel fletser heeft gemaakt.

Model met flitslicht. Jonge vrouw in tegenlicht, met invulflits.
Invulflits

Vijf tips voor je belichting

  • De vuistregel is dat je situaties met veel tegenlicht altijd overbelicht. Als het flink heeft gesneeuwd, dan kies je handmatig voor overbelichting van je foto. Dat doe je ook als je iemand wilt fotograferen die voor een raam staat. Je loopt anders het risico dat je alleen de contouren van je model op de foto krijgt.
  • Je kunt ook gebruik maken van je flitser. Stel dat je op een mooie dag een portretfoto wilt schieten van een persoon die met zijn rug naar de zon staat. Ook dan kan het eindresultaat een silhouet zijn, tenzij je een beetje flitslicht op het gezicht laat vallen.
  • Bij situaties met hoofdzakelijk donkere kleuren moet je meestal onderbelichten. Daar zijn moeilijk vuistregels voor te geven. Experimenteer er maar eens mee. In ons voorbeeld van het doosje drop zijn alle instellingen hetzelfde, behalve de sluitertijd. We hadden de sluitertijd ook hetzelfde kunnen houden, maar dan hadden we de ISO-waarde of het diafragma moeten wijzigen.
  • Bij close-up portretfoto’s van donkergekleurde modellen kun je het best een beetje onderbelichten om te voorkomen dat je lichtere kleuren in het gezicht krijgt.
  • Over- of onderbelichting kan extra sfeer in je foto’s brengen. Als je dramatiek in je eindplaatje wilt brengen, dan werkt onderbelichting altijd. Extreme onderbelichting wordt ook wel ‘low-key’ fotografie genoemd. Bij sterke overbelichting heet het ‘high-key’ en daarmee benadruk je vrolijkheid en kwetsbaarheid. Veel newborn-fotografen gebruiken graag high-key opnamen; de baby’s worden daar nog ‘schattiger’ van…

 

Belichting. Drop op zwart. Onderbelichten.Bij een overwegend donkere foto: onderbelichten…

En nog twee trucs

We geven je twee trucs om de camera-instellingen te veranderen naar over- of onderbelichten.

  • Begin met je toestel in de voorkeurstand voor de sluitertijd. Stel die in op 1/60 seconde en druk de ontspanner half in. Kijk dan op je display welk diafragma en welke iso-waarde de camera heeft berekend. Daarna schakel je over naar volledig handmatig gebruik (de M-stand) en neem de instellingen van de lichtmeting over. Kies vervolgens voor een snellere sluitertijd als je wilt onderbelichten, of -bijvoorbeeld- een hogere iso als je wilt overbelichten.
  • Belichting: belichtingsvergrendelingAls je liever niet alles handmatig instelt, dan kun je ook het knopje met de [+/-] gebruiken, om de belichting te vergrendelen. Je krijgt dan een nieuw diagram op je display en dan kun je kiezen voor onderbelichting [-] of overbelichting [+].

De ‘belichtingsdriehoek’ wordt in alle fotocursussen besproken. Kijk zelfs eens rond op de site welke onderwerpen je nog meer aanspreken.